![]() |
||
![]() |
||
Hoe werkt de neus?Lucht komt de neus binnen via de neusgaten en gaat langs een stukje huid vol met geurreceptoren genaamd het reukepitheel. Hier zitten de reuk neuronen, met een klein laagje slijm aan de puntjes. Geurdeeltjes in de lucht binden zich aan de slijm, en die binding veroorzaakt een neurologische reactie. Er zitten tussen de 500 en 1000 verschillende geurreceptoren op elke cel in de neus. Van die cellen zijn ook weer ongeveer 500 tot 1000 aanwezig. Dat is ongeveer 1% van de rat zijn DNA, dat betekend dat 1 op de 100 genen heeft te maken met het detecteren van geur. Dit geeft duidelijk aan hoe belangrijk de geur voor de rat is. Nog een reukmethodeRatten kunnen op nog een wijze geur detecteren. Namelijk via het vomeronosale orgaan, oftewel VNO. De VNO bij de rat is sigaarvormig en ligt in een holte in de neus, naast het tussenschot, met een kleine opening naar de neusgaten. Als ratten snuiven blijven moleculen uit de omgeving aan de vochtige neus plakken en lossen daar op, en worden dan via slijm naar de VNO getransporteerd. De VNO zet uit en pompt de geurdragende vloeistof rond. Het vomeronosale orgaan detecteert vooral feromonen, chemicaliën die worden uitgescheiden wanneer soortgenoten onder elkaar zijn. In de VNO zitten ongeveer 30 tot 100 geurreceptoren op elke cel. Wat ruiken ratten?Overal zijn chemische signalen te vinden voor ratten, bijvoorbeeld in urine, uitwerpselen en huidschilfers. Ratten ruiken die door het snuffelen of likken van een individu. Of door geuren die op de grond zijn 'gevallen' of in de lucht zijn gespoten. Een van de belangrijkste methodes van geurverspreiding door ratten is via urinesporen. Volwassen mannetjes doen dit vooral, alhoewel ook vrouwtjes dit wel kunnen doen. Vooral de nacht voordat ze flapperig worden. Urine markeringen zijn een belangrijk signaal voor mogelijke partners voor de voortplanting. Het is mogelijk dat vrouwtjes hun mannen kiezen onder andere door middel van urinesporen. Urine bevat veel chemische afscheidingen. Knaagdieren kunnen hier veel informatie over het dier dat het uitscheidde uit halen. °Geslacht Is het een man of vrouw °Voortplanting; Van een vrouw kunnen ratten bepalen of ze flapperig is, dragend of zogend. °Geslachtsrijpheid; Of het dier in staat is zich voort te planten °Bekend/onbekend; Een dier kan leden uit de kolonie herkennen °Sociale status; Of het dier dominant is of niet °Individuele herkenning; Het stress niveau van het dier Urine bevat dus zoals gezegd veel informatie over een dier. Het kan zelfs zo zijn dat een dier dat een bepaalde geur ruikt hierdoor veranderd. Urine bevat feromonen en kan pubertijd vertragen of versnellen bij onvolwassen vrouwen. Het kan zelfs de flapperigheidscyclus veranderen. Bij mannen kan het ervoor zorgen dat hij een flapperig vrouwtje gaat berijden. Vooral mannelijke geuren versnellen vrouwelijke pubertijd Terwijl bij vrouwen geuren de pubertijd kunnen vertragen en de oestrus onderdrukken. Bij muizen kan het zelfs zo zijn dat een mannen geur bij een dragende vrouwelijke muis, kan veroorzaken dat ze haar muizen resorbeert. Chemische signalen spelen een belangrijke rol bij communicatie tussen dieren. Zulke signalen horen in elk proces van het dier thuis. Zoals paren, agressie, ouderlijk gedrag en het zoeken van eten. Voortplanting;Chemische signalen zijn essentieel voor paringsgedrag. Bijvoorbeeld als mannen niets kunnen ruiken kunnen ze niet paren. Visuele en hoorbare signalen alleen zijn niet voldoende. Vrouwelijke geuren bevorderen sperma productie bij dominante mannen maar niet bij onderdanige. Vrouwen hebben ook geuren nodig om hun voortplantingsgedrag te stimuleren. Agressie;Geur word ook gebruikt bij agressie. Moeder ratten die melk geven vertonen een verhoogd agressief gedrag tegenover vreemden, maar doen dit niet als ze niet goed kunnen ruiken. Mannen laten vaak wel een vorm van agressie naar elkaar zien, en dit word versterkt waneer ze een flapperig vrouwtje ruiken. Echter als het mannetje niet goed kan ruiken treed dit minder op. Zogen;Geur is zeer belangrijk voor nieuwgeboren rittens. Ze vinden de tepels van de moeder vinden door middel van geur. Na de geboorte verdeelt de moeder vruchtwater over haar tepels, zodat de rittens het herkennen en er naar toe kruipen. Als de moeder het vruchtwater niet over zichzelf kan verspreidden kunnen de rittens de tepels niet vinden. Na een paar dagen herkennen de rittens de geur van hun eigen speeksel op de tepels. Als je de tepels zou wassen zouden ze de tepels niet meer kunnen vinden. Echter als je vervolgens weer speeksel van de rittens op de tepels zou smeren, zouden ze weer gewoon gaan drinken. Ouderlijk gedrag;Als een moeder niet goed kan ruiken worden haar ouderlijke taken zeer slecht uitgevoerd. Wat zelfs kan leiden tot de dood van haar rittens. Selectie van eten;Rittens leren via de moeder wat ze wel en niet kunnen eten, door middel van geuren die in de moedermelk voorkomen. Deze geuren komen voort uit het voedsel dat de moeder zelf eet. Als ze zelfstandig gaan zoeken naar voedsel word hun keuze onder andere hier door bepaald. Ook de geur van pas gegeten voedsel op bijvoorbeeld vacht van hunzelf of anderen, snorharen en zelfs wat op de adem ligt van hun soortgenoten. Albino'sAlbino's hebben een slechtere reuk dan gewoonogen. Tijdens een onderzoek bleek dat albino's er 2 keer zo lang over deden om weg te gaan bij een schaaltje stinkende knoflook dan gewoonogen. In een ander onderzoek bleek zelfs dat ratten met gekleurde ogen na ongeveer 7 seconden weg liepen bij de knoflook, maar albino's bleven er gewoon bij staan, en sommige proefden er na een tijdje zelfs aan. Iemand anders testte mannelijke albino's en ratten met gekleurde ogen op hoe ze reageerden op flapperige vrouwen die op een afstandje stonden. De kamer waar ze in stonden was met gaas in tweeën gedeeld met enkele cm er tussen. Op die manier konden ze de vrouwen wel zien en ruiken maar niet aanraken. Van de ratten met gekleurde ogen raakte 83% opgewonden, tegen slechts 4% van de roodogen. De conclusie is dat albino's een slechtere reuk hebben en/of een slechter reactie vermogen op geuren. Bron: www.ratbehavior.org |
||
|
|